Gastschrijvers


De Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen heeft in tal van domeinen die de organisatie van het beroep aanbelangen een duidelijk standpunt geformuleerd in haar Visie 2020.  
Omdat we als beroepsvereniging niet op een eiland leven staan we steeds open voor de mening van andere belanghebbenden in deze materies.

In de rubriek “Gastschrijvers” publiceert de VBT op regelmatige basis de opinies of visies van specialisten of belanghebbenden. 
De gepubliceerde tekst moet daarom niet noodzakelijk de visie van de VBT onderschrijven maar wel op een constructieve en positieve manier een kijk van buitenaf geven op de evolutie of de problematiek van de mondzorg en tandheelkunde in ons land. Disclaimer 

 • De inhoud van de tekst is geheel voor rekening van de gastschrijver en alle rechten van intellectuele eigendom betreffende de tekst liggen bij de auteur. 

 • Kopiëren, verspreiden en elk ander gebruik van deze tekst is niet toegestaan zonder schriftelijke toestemming van de VBT of de auteur tenzij anders aangegeven. 
 • De VBT is niet aansprakelijk voor in de tekst opgenomen hyperlinks naar websites of diensten van derden.

Soms moet je vooruit tackelen 

 

Met de tandartsverkiezingen in het vooruitzicht leek het me niet meer dan logisch om deze column hieraan te wijden. Velen onder jullie weten dat ik geen blad voor de mond neem en dat ik soms met de voeten vooruit een tackle durf te plaatsen.  

 

Vooraleer ik hier verder ga wil ik nog meedelen dat ik sinds dit jaar opgenomen ben in het bestuur van VBT. Wil dat zeggen dat ik ‘softer’ zal worden? Zeker niet! Het is mijn taak om de peper in het gat van het bestuur te zijn. Alle gekheid op een stokje, ik wil er natuurlijk voor zorgen dat de stem van de jonge tandartsen meer gehoord zal worden. En het is de verdienste van VBT dat ze ook jonge tandartsen in het bestuur opnemen. Want laten we eerlijk wezen. Verandering komt niet vanuit 50-plussers. In het beste geval blijven we dan aanmodderen en hopen we dat het systeem niet in elkaar stuikt. Hopelijk net lang genoeg tot men op pensioen kan gaan. Daar zijn jonge tandartsen dus niks mee. Vanuit een compromis of consensus is nog nooit verandering gekomen. Wil dat zeggen dat je altijd je zin zal krijgen? Helaas niet, integendeel zelfs, initieel zal je ofwel niet serieus genomen worden, ofwel gaat men je actief tegenwerken. Het is natuurlijk belangrijk te beseffen dat men dit alleen maar doet uit angst. Angst omdat je als jonge tandarts het wel eens bij het rechte eind zou kunnen hebben.  

 

Pijnpunten 

Wat zijn nu de pijnpunten voor het toekomstig beleid? Waar moet men op inzetten wil men in de toekomst een tandheelkunde hebben die goed is voor de tandarts en voor de patiënt? CAPRI, oftewel: cijfers, administratie, preventie, responsabilisering & imago 

 

Cijfers 

Meten is weten. Het Akkoord komt keer op keer meer onder druk te staan en had in feite al lang in de vuilbak moeten liggen. Toch wordt er steeds met allerlei kunstgrepen gewerkt om het toch maar in voege te laten treden. Wat als er een kadaster was van alle actieve tandartsen? Zouden er dan slechts vijf arrondissementen gedeconventioneerd zijn? Ik dacht het niet. En moeten we ons allemaal als makke lammetjes bang laten maken door het feit dat een hoge deconventioneringsgraad zou kunnen leiden tot vaste tarieven? Of moeten we dit als een steun zien vanuit de basis tijdens onderhandelingen? Ik denk dat het wel duidelijk is voor welke optie ik kies en met mij vele collega’s.  

 

Administratie 

E-Health, telematicapremie, Recip-E, GDPR, aanvullende verzekeringen… Ik heb me nog nooit zoveel bezig gehouden met dingen buiten de tandheelkunde als nu. Ik ben het beu! En het ergste van al is dat er geen bijkomend budget is voor tandheelkunde of mondhygiënisten. Maar meer dan een miljard voor de administratie van de ziekenfondsen, dat is normaal. Dat de minister in de media dan nog even aandurft om kankerbehandelingen aan te halen om maar niet te moeten investeren in tandzorg, dat kan alleen maar in België. Administratie moet anno 2019 allemaal veel simpeler kunnen en vooral veel betrouwbaarder en transparanter. 

 

Preventie 

Voorkomen is beter dan genezen. Maar toch blijven we extractie-apparaten, excuseer, partiële plaatprotheses terugbetalen. Een zesmaandelijks mondonderzoek kan niet, maar extracties bij patiënten die geen knijt om hun gebit geven, dat dan weer wel. Als we in de toekomst het budget onder controle willen krijgen, dan zal er een serieuze shift moeten komen in wat we nog wel willen terugbetalen en wat niet. En preventie wint het altijd van curatieve zorgen op de lange termijn. Ik heb nog veertig jaren te gaan als tandarts. Ik hoop er mee te kunnen voor zorgen dat dit het beleid wordt. 

 

Responsabilisering 

Dit sluit mooi aan bij het vorige punt. Ik denk dat het duidelijk is dat met het beperkte budget er geen ruimte is voor ‘foliekes. Er zal aan de patiënt duidelijk moeten gemaakt worden, dat er nog wel ruimte is voor preventie, voor een aantal curatieve ingrepen, maar dat de rest de verantwoordelijkheid is van de patiënt zelf. “Uw eerste set tanden heb je gekregen, voor de tweede moet je betalen.” Responsabilisering is natuurlijk ook niet enkel van toepassing op de patiënt. Dit geldt ook voor ons. Een paar rotte appels mogen het niet verpesten voor de rest. Een orde lijkt me noodzakelijk en dat we transparanter zullen moeten werken, is niet meer dan logisch. En dat sluit dan mooi aan bij het laatste punt. 

 

Imago 

Ons imago moet beter. Als wij transparanter gaan werken, dan zullen we automatisch meer begrip krijgen. Het is niet onze schuld dat bepaalde behandelingen duur zijn, maar als de patiënt niet weet van waar die prijs komt, dan is het simpel om het stempel ‘geldwolf’ op ons te plakken. Als wij tijdens onderhandelingen ons blijven gedragen als makke lammetjes, dan zullen we nooit respect afdwingen. Soms is het nodig om de confrontatie op te zoeken. Klikt het niet, dan botst het maar. En verder is het natuurlijk belangrijk om dit samen te doen. Samen met de patiënten en ook samen met de andere verenigingen. Want de verschillen zijn soms groot, maar voor mijn generatie, de generatie achter mij en alle nog komende generaties, is de toekomst dezelfde.  

 

Kortom, het is duidelijk dat er verandering nodig is. En zoals reeds eerder gezegd krijg ik, als jonge tandarts, binnen VBT hiertoe de kans. Als je vindt dat er af en toe eens met de benen vooruit getackeld moet worden, dan weet je op wie je moet stemmen. 

 

 

Rafaël Michiels, tandarts, master in de endodontologie 

redactie@vbt.be 



Beroepsethiek: waar plaatsen wij onze medische waardigheid?
 
Een virus, nog geen 150 nanometer groot legt een hele stad en een heel land plat, zelfs de ganse wereld ligt in “lockdown”.   Ik heb al enkele influenza ´s “overleefd”, toen zei de arts: “neem een Dafalganneke en blijf een week thuis”.   Vandaag, dankzij sociale media, lees ik dat ik in quarantaine moet wanneer ik een druppel Covid-19 inslik.
 
Als tandarts  maak ik  me massieve zorgen om mijn gezondheid en de economische ellende die ik door de coronacrisis meemaak.  Dit rotgevoel of laten we het nu ook in het Engels zeggen: “bad feeling”, wordt nog aangevuld en versterkt door de onzekerheid van patiënten die de doemberichten van onze virologen en microbiologen in de pers en op televisie mogen aanhoren. 
 
We zijn een cruciale beroepsgroep en een essentiële dienst.
 
Daar sta je dan als de kleine tandheelkundige prins of prinses in het Vlaamse landschap.   Een lid van een academisch opgeleide beroepsgroep en zoals de wet het zelfs zegt: een “cruciale beroepsgroep” of ook een “essentiële dienst”.
Je slaat het Belgisch Staatsblad op 18 maart jl. open en zoekt wat onze federale ministers van Volksgezondheid en Binnenlandse Zaken te zeggen hebben over de tandartsen.
Artikel 8 vermeldt inderdaad: “personen mogen zich begeven om noodzakelijke en dringende redenen en is de toegang tot medische zorgen toegelaten.”
Kort en bondig, maar niets specifiek voor tandartsen.
 
Wat zijn noodzakelijke en dringende redenen?  Bijna alles bij een mondarts, zoals pulpitis, abcessen, trauma´s, bloedingen, tumoren, afgebroken vullingen en pijn.
Behandelingen met uitneembare en vaste prothese die reeds begonnen zijn, behoren ook daartoe.
 
Wanneer we een academisch opgeleide cruciale beroepsgroep zijn en behoren tot de essentiële diensten van het land, moeten we ons de fundamentele vraag stellen:  wanneer alle tandheelkundige maatregelen maanden konden verschoven worden, waar moeten we onze medische waarde dan plaatsen?   Waar moeten we onze “essentiële dienst” plaatsen in deze context die de federale ministers hebben uitgedacht?  Achteraf kan je nog zeggen dat we nog geluk hadden dat de “tandheelkundige lockdown” enkele maanden heeft geduurd en geen jaren!
 
Het antwoord moeten we zoeken bij onze wetenschappelijke instituten in Brussel, Antwerpen, Leuven en Gent en onze twee of drie beroepsverenigingen, nl. het VVT, VBT en BBNO.  In een eerste noodscenario ga je op zoek wat die te zeggen hebben.  Zij zijn namelijk onze eerste aanspreekpartners.  Zij zorgen voor richtlijnen en evidenz om mondartsen te helpen en te leiden in deze moeilijke tijd.
 
VBT hekelt gebrek aan overleg
 
Zoek je op internet onder het begrip “tandartsen België”, kom je eerst uit bij de beroepsvereniging VVT. De informatie die daar wordt aangeboden voor patiënten, vrije tandartsen of niet-leden over Covid-19 is beschamend een beroepsvereniging waardig te zijn.  Enkele URL´s lager vind je de website van het VBT.    Het moet gezegd worden hier is de informatie wel nuttig of beter gezegd ze wordt aangeboden voor alle mondartsen die in deze noodlijdende tijden informatie wensen en ze niet uitgewerkt bekomen voor onze specifieke doelgroep bij de officiële instanties zoals Sciensano of Volksgezondheid.
Na weken de summiere richtlijnen te hebben gelezen, verbaasde het me niet dat op 27 april het volgende bericht op de VBT website verscheen:  “VBT hekelt gebrek aan overleg!”
Op 17 april 2020 werd een spoedadvies gevraagd aan de Raad van Tandheelkunde.  Een VVT-vertegenwoordiging en Prof. Dominique Declerck (KU Leuven), die zetelen in het Bureau van de Raad van de Tandheelkunde, hebben een advies uitgewerkt zonder overleg…”
Op zich kon je het niet anders verwachten!  Weinig informatie, weinig communicatie, weinig eergevoel, weinig collegialiteit, weinig overleg, ach… andere collega´s die in een hachelijkere  positie steken als ik, zullen nog prikkelbaardere woorden vinden voor dit oncollegiaal gedrag. 
 
Tandartsen MOETEN niet-essentiële behandelingen uitstellen 
 
Uiteindelijk kwam er toch een officiële aankondiging voor tandartsen: “de Risk Management Group onder leiding van Vlaams minister De Backer heeft daarom gesteld dat tandartsen niet-essentiële behandelingen MOETEN uitstellen.”  Dit is een verkeerd signaal wat de minister stelt.  Ze nemen het zekere voor het onzekere en vernietigen zowel economisch als psychologisch een hele beroepsgroep!   Wanneer er niet genoeg resourcen zijn (handschoenen, maskers, desinfectiemiddelen,…) dan “moet” je overgaan naar tele-medicine en triage.  Wanneer er genoeg resourcen zijn, is onze beroepsgroep goed gepositioneerd om iedere behandeling bij non-Covid-19 patiënten door te voeren.  In één zaak kan ik de experten volgen.  Men weet tot nu toe niet de duidelijke rol bij de overdracht van Covid-19 bij aerosolen.  Zodat het raadzaam is bijkomende hygiënische maatregelen te treffen in een tandheelkundige omgeving. 
  
Hebben we de pretentie om een medische discipline te zijn?
 
Wanneer we de pretentie hebben om een medische discipline te zijn, durven we in deze crisis ons hoofd niet in het Belgische of Vlaamse moeras steken. 
We moeten voor onze patiënten daar zijn en ze met gezond verstand behandelen en we moeten handelen met redelijkheid.  We zijn de groep met de grootste expertise.  Als patiënt zou ik meer angst hebben om een bouwmarkt te betreden dan een tandartspraktijk. 
Het gezond verstand wordt beïnvloed door de feiten dat er een gevaarlijk 150 nm groot virus rondzweeft, dat er beperkte resourcen aanwezig zijn, dat we zelf bedreigd worden, dat patiënten angst voor het virus hebben, dat we economisch moeten overleven en dat ons personeel moet beschermd worden.
Al deze zaken zijn een belangrijke basis die onze virologen, microbiologen en leidende wetenschappers (lees GEERS, Sciensano, Raad van de Tandheelkundige) moeten overbrengen en afwegen en aan de Orde of beroepsverenigingen  in detail kunnen mee delen.  Blijkbaar wordt of wil men van officiële zijde deze weg niet volgen en wordt op het einde van de rit snel het vroegere VBT protocol bijna volledig overgenomen. 
 
 
Geef onze waardigheid terug
 
Wat hygiënemaatregelen betreft zijn tandartsen en hun hulppersoneel hiervoor hoog gesensibiliseerd.  We zijn de meest optimale beroepsgroep om met respiratoire risicopatiënten om te gaan.  Waarom werden we niet gevraagd om de elementaire basisregels in verband met hygiënemaatregelen aan te leren?  Paramedisch en medisch personeel in woonzorgcentra en hospitalen, maar ook de algemene bevolking op straat en in voedingswinkels en bouwmarkten konden we helpen om hen de algemene basishygiëne bij te brengen.  Zelf wou ik me aanbieden op het kabinet van Minister Geens om het gebruik van mondmaskers te verklaren.  De apothekers hebben geen onrecht dat de vrije verkoop van mondmaskers zonder handleiding in supermarkten de bevolking meer schade aanricht, dan dat ze van nut zijn! 
 
We hebben één van de meest risicovolle medische beroepen, die kunnen omgaan met bacillen, bacteriën en virussen.  Als experten op het gebied van de mond- en keelholte weten we als geen ander medisch beroep hoe we moeten omgaan met aerosolen en respiratoir overdraagbare ziekten.  Hebt u vóór de coronapandemie gezien dat onze collegae huisartsen een mondmasker droegen?  Droeg de assistente bij uw NKO-arts niet-steriele handschoenen wanneer ze de instrumenten aangaf?  In mijn tandheelkundige praktijk wel.   Kan men ons ondergeschikt maken aan andere beroepsgroepen die minder knowhow en expertise hebben dan mondartsen?  Ik hoop van niet.  Voor mij hoeven ze geen witte vlag uit te hangen en te zingen.  Geef ons meer respect, geef onze waardigheid terug, nu we weten waar we op het Vlaamse en Federale slagveld staan.
 
Dr. med. dent. Tom Verhofstadt, vrije tandarts.
 
 
 


 

Sorteer op: