VBT verwerpt verplichte prijsraming.

In het Akkoord 2017-2018 wordt verwezen naar het “actieplan handhaving in de gezondheidszorg 2016-2017”. Punt 8 van het Akkoord stelt dat : “De NCTZ zal binnen het kader van dit Nationaal akkoord bijkomende initiatieven nemen teneinde de doelmatige zorg te versterken en fraude tegen te gaan: b) In het kader van het punt 4.5 van het hierboven vermelde actieplan neemt de NCTZ het initiatief tot de uitvoering van inzake de reductie van cash betalingen en de verplichte prijsraming. Ze verbindt zich ertoe hiervoor een voorstel uit te werken tegen eind 2017.”

Cash betalingen.

Voor wat betreft de cash betalingen volstaat de huidige wettelijke regeling (namelijk cash betaling tot 3000 euro) ook voor betalingen bij tandartsen. De vrije keuze van betaling door de patiënt moet gewaarborgd blijven. Bovendien bieden heel wat collega’s betaalmogelijkheden aan via Bancontact, kredietkaarten of overschrijvingen. Een verdere verlaging van dit plafond uitsluitend voor tandartsen is bijgevolg absurd.

Verplichte prijsraming.

Het voorstel “verplichte prijsraming” komt er uiteraard op initiatief van de mutualiteiten. Hoewel er nauwelijks klachten zijn, wordt de tandheelkundige sector nog steeds als bijzonder frauduleus bestempeld. De mondelinge prijsschattingen voor niet-vergoedbare prestaties  die we allemaal voor onze patiënten maken, zijn duidelijk een doorn in het oog van de ziekenfondsen. Zij willen niets liever  dan opgelegde prijzen voor niet vergoedbare prestaties.

Dat bijna 60% van de tandzorg niet vergoed wordt via de Verplichte Ziekteverzekering, is niet de fout van de tandarts, maar wel van een politiek die onvoldoende wil investeren in betaalbare tandzorg. Dat hierdoor het gevoel ontstaat dat tandzorg duur is, is onvermijdelijk. Zouden patiënten de werkelijke factuur van de geneesheer-specialist of het ziekenhuis moeten betalen, dan zouden velen zich wellicht een beroerte schrikken. 

Sommige niet-vergoedbare prestaties zijn op voorhand te ramen (vb gebruik van een specifieke en welomschreven  materiaal). Andere dan weer niet : de kostprijs van niet-vergoedbare prestaties is dan ook sterk afhankelijk van bijvoorbeeld :  

·         de genezingsevolutie

·         de medewerking van de patiënt

·         de situatie in de mond die pas ingeschat kan worden tijdens de behandeling

·         de noodzaak om bepaalde tandtechnische technieken/materialen te gaan gebruiken om kwalitatieve zorg te gaan verlenen

·         Complexe prothetische en implantologische werkstukken vergen vaak tijdens de ontwerpfase aangepaste onderdelen die de kostprijs danig kunnen beïnvloeden.

De kostprijs van parodontale/endodontische behandelingen wordt beïnvloed door de moeilijkheidsgraad, de tijdsduur, het genezingsproces, …. 

Orthodontie is sterk afhankelijk van de medewerking van de jonge, puberende patiënt.

En wat met multidisciplinaire patiënten waar meerdere collega’s (parodontoloog, orthodontist, endodontoloog, stomatoloog, …) bij een behandeling betrokken zijn ? Moet elke collega afzonderlijk nog eens een kostenraming doen voor zijn werk of zit dat per definitie in de raming van de eerstelijns tandarts?

Onredelijke voorstel.

In het huidige voorstel wordt de schriftelijke prijsraming verplicht voor

·         Parodontologie

·         Implantologie

·         Prothetiek (vast en uitneembaar)

·         tweedelijns endodontie

·         orthodontie

wanneer het niet vergoedbare bedrag boven de 400 euro uitstijgt.

Voor wie een prothese maakt bij een 65 jarige patiënt, zal het dus belangrijk zijn te weten of de patiënt al dan niet tussenkomst geniet via de Verplichte Ziekteverzekering en voldoet aan het mondzorgtraject. Zijn er terugbetalingen, dan zal het niet vergoedbare deel onder de 400 euro blijven en is geen prijsraming verplicht. Is er geen tussenkomst (patiënt heeft al een tussenkomst gehad 5 jaar geleden), dan is een prijsraming wel verplicht.

Bovendien omvat de prijsraming een gehele “behandeling” met behandelingsplan[1] : dus ook de voorafgaandelijke extracties, parodontale sanering en endodontie dient mee opgenomen te worden in een prothetische planning. U zal er zeker een tijdje zoet mee zijn……

Een aanpassing van de prijsraming is in onvoorziene omstandigheden mogelijk, mits de patiënt er te hebben over geïnformeerd. Als die laatste natuurlijk niet akkoord is of er discussie ontstaat over de interpretatie van “onvoorziene omstandigheid”, mag de tandarts zich verwachten aan aangetekende brieven, onvolledige betaling of advocatengebrul.

De verplichte schriftelijke prijsraming zal voor veel extra administratief werk zorgen alsook voor veel discussies met patiënten. En dat terwijl er nu nauwelijks of geen problemen zijn.

Besluit 

·         Dat zo een verlichte schriftelijke prijsraming voor veel ziekenfondsen aanleiding zal geven tot “vrijblijvend advies “ aan de leden, (“ breng uw prijsraming maar binnen, we kijken het even voor u na….”) waarbij de tandartsen voor de zoveelste keer als geldwolven zullen afgeschilderd worden, is voor VBT onaanvaardbaar.

·         Bovendien zijn prijsramingen zonder detail van generlei waarde. De ene (gouden) kroon is de andere (kunstof) kroon niet.

·         Voorts valt te verwachten dat heel wat patiënten bij meerdere tandartsen een prijsraming zullen opvragen om er dan uiteindelijk de goedkoopste uit te halen. Niks weerhoudt er de patiënt van om vb de implantaten bij tandarts A te laten plaatsen en het prothetische werk bij tandarts B, alleen maar om het feit dat beide voor hun specifieke deel de goedkoopste raming uitwerkten.

·         Deze zoveelste bijkomende administratieve last, die op geen enkele manier verloond wordt (vergis u niet : 60 euro vragen voor een prijsraming die u nadien in aftrek brengt bij de uitvoering van het werk, is een nuloperatie), is voor VBT onbespreekbaar. 

·         Dat dit punt uit het Akkoord absoluut moet gerealiseerd worden, is de zoveelste kaakslag in het gezicht van de tandartsen. De kostprijsanalyse, het nieuwe akkoordensysteem, …. zijn allemaal punten uit dat zelfde akkoord die een stille dood stierven. Die hadden moeten gerealiseerd worden!

·         De fiscus zal er als de kippen bij zijn om de prijsramingen, die verplicht in het patiëntendossier moeten bijgehouden worden,  op te vragen en te gebruiken bij de fiscale controles. Uw boekhouder zal dus nog wat extra werk  (en u extra  kosten) hebben om alles bij te houden.

·         Er is geen enkele andere sector in de zorg die zich moet bezighouden met prijsramingen. Tandartsen zijn opgeleid om hoofdzakelijk  klinisch werk te verrichten , geen administratieve taken. Voor VBT primeren visies op lange termijn met het daarbij horende, gepaste budget op basis van een objectieve kostprijsanalyse. Een prijsraming kan pas indien er eerst een prijsanalyse en kostenraming komt met zoals vermeld in het akkoord ‘…. Een correct honorarium per behandeling …’ en er aan gekoppelde terugbetaling.

·         Hoewel een prijsraming geen offerte is (offerten zijn juridisch afdwingbaar en bindend), zal ze bij veel patiënten die indruk wekken. Het aantal discussies bij afwijkingen zal niet bij te houden zijn.

·         Wees er maar zeker van dat binnen de kortste keren de prijsramingen via sociale media, websites, …. zullen verspreid worden, privacy wetgeving of niet. Is dat dan die extra “transparantie” die men van hogerhand wil opleggen ?  

·         Patiënten die niet-geconventioneerde tandartsen (partiëel of geheel) consulteren, weten ook niet op voorhand wat de kostprijs van een behandeling (inclusief de vergoedbare) zal zijn.  Ze kunnen namelijk zelf hun ereloon bepalen. Als het dan toch allemaal zo transparant moet zijn……

·         Conserverende zorgen lijken gespaard te blijven van deze maatregel. Hoe lang zal het duren alvorens dit de volgende stap zal zijn in dit verhaal ?

VBT verwerpt het huidig voorstel “verplichte schriftelijke prijsraming” en ziet geen meerwaarde. We blijven ook gekant tegen bijkomende administratieve werklast die niet verloond wordt. Tandzorg is een inspanningsverbintenis en kan vaak niet op voorhand worden ingeschat.

We blijven uiteraard wel adviseren om, zoals momenteel gebruikelijk,  de patiënt op voorhand mondeling te informeren over niet vergoedbare prestaties.

 

 



[1] Met “behandeling” wordt inzake deze bepaling het geheel van samenhangende verstrekkingen bedoeld, al dan niet gespreid over meerdere zittingen, omtrent een tandheelkundige problematiek van een bepaalde patiënt.