“ Er moet een verplichte taaltoets komen voor buitenlandse tandartsen”

Interview met parlementslid in de Kamer van Volksvertegenwoordigers Yoleen Van Camp. AUTEURS Frank Herrebout en Reinier van de Vrie

Ze kent haar dossiers, zoekt als het nodig is cijfers op, weet wat ze wil en spreekt als een waterval. Ook over tandheelkunde weet parlementslid en ondervoorzitter van de commissies Volksgezondheid en Wetenschappelijke en Technologische Vraagstukken Yoleen Van Camp van de Nieuw Vlaamse Alliantie (N-VA) mee te praten en heeft ze een visie op hoe het verder zou moeten. Op een zonovergoten zaterdagochtend ontvangt ze gastvrij ConsulTand in haar appartement in Herentals.

Is er op dit moment iets in de tandheelkunde dat voor u als politica op tafel ligt?

Waar wij prioriteit aan willen geven is de invoering van een verplichte taaltoets voor de instroom van dertig procent buitenlandse tandartsen. Daar ligt echt wel een probleem. Zeker voor artsen en tandartsen die in direct contact staan met patiënten vinden wij het zo belangrijk dat die goed de taal spreken. Ze moeten met elkaar kunnen communiceren. Het is onlogisch dat mensen buiten de EU een taaltest moeten doen, maar die van binnen de EU niet, terwijl velen daarvan onze taal ook niet spreken. Ik vind dat dat voor tandartspraktijken een enorm probleem aan het worden is. We verdedigen enorm de kwaliteit van de opleiding en de uitvoering van het beroep, maar buitenlandse studenten laten we toe terwijl ze geen Nederlands spreken. Met een ongebreidelde instroom wordt ook het ingangsexamen volledig ondermijnd. Studenten in Vlaanderen verplichten we deel te nemen aan een streng toelatingsexamen. Velen die het niet halen ontnemen we hun droom om arts of tandarts te worden. We beperken enerzijds de instroom van Vlaamse studenten en zetten anderzijds de deur wagenwijd open voor buitenlanders. Bijkomend probleem is dat er in Wallonië geen toelatingsproef bestond. Daar zijn te veel tandartsen en is sprake van overconsumptie. Door de grote concurrentie lijdt de kwaliteit van zorg daar wellicht onder. Je kunt je ook afvragen hoe de kwaliteit van de opleidingen daar is….

“Regel mondzorg

volledig op

deelstaatniveau”

Is enkel met die taaltoets de grote instroom uit Europa te stoppen?

Absoluut niet. We hebben ook nood aan een kadaster, zodat we minstens weten hoeveel studenten we moeten opleiden tot tandarts. Dan kunnen we ook inschatten hoeveel buitenlandse tandartsen kunnen instromen.

Pleit u er voor om meer tandartsen op te leiden in Vlaanderen?

Ik vind dat een moeilijke kwestie, en wel omdat de bevoegdheden heel erg versnipperd zijn. De quota worden federaal bepaald, de opleidingen behoren dan weer tot de bevoegdheid van onderwijs dat op deelstaatniveau geregeld wordt. Ten tweede kan het Kadaster geen betrouwbare cijfers leveren. Hoeveel praktiserende tandartsen hebben we eigenlijk? Ik heb dat eens voor De Kempen rondgevraagd, maar de cijfers kloppen voor geen ene meter. Hoe kunnen we dan zeggen dat er meer of minder tandartsen nodig zijn? Het RIZIV kan dat ook niet zeggen. Het is nattevingerwerk. Ten derde zou de mondzorg volledig op deelstaatniveau georganiseerd moeten worden. Dan kun je alle gegevens koppelen: die van de opleidingen, het Kadaster, demografische cijfers en ook het geslacht van de beroepsgroepen. We weten dat vrouwelijke artsen en tandartsen vaker deeltijds werken. Pas dan kun je bepalen hoeveel er nodig zijn en het aantal opleidingsplaatsen vaststellen.

 

PARLEMENTSLID IN DE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS YOLEEN VAN CAMP

YOLEEN VAN CAMP (30)

Yoleen Van Camp volgde de opleiding tot Verpleegkunde en behaalde in 2014 haar doctoraat in de Medische Wetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen. Haar politieke carrière begon in 2012 toen ze werd verkozen voor de gemeenteraad voor Nieuw Vlaamse Alliantie (N-VA) in Kasterlee. In 2015 werd ze met 11.221 voorkeursstemmen op 28-jarige leeftijd het jongste parlementslid in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Ze is ondervoorzitter van de commissie voor Volksgezondheid. Haar bijzondere interesse gaat uit naar gezondheidszorg, waarbij betaalbaarheid, performantie en preventie aandachtspunten zijn. Specifiek wat de zorgverleners betreft, behartigt ze de belangen van de eerste lijn, waaronder de verpleegkundigen, tandartsen, diëtisten en huisartsen, maar ook de zorgomkadering in de zorginstellingen.

Hoe moet het verder met de mondhygiënisten die nu worden opgeleid? Wallonië leidt ze niet op. Moeten we toe naar een opsplitsing van budgetten en moet Vlaanderen daar een eigen beheer in gaan voeren?

Ja, absoluut. Bij vrijwel elk dossier zie ik culturele verschillen. Wallonië springt veel kwistiger om met de middelen dan Vlaanderen. De N-VA denkt dat taakherschikking in de mondzorg een goede zaak is. De tandarts kan dan meer tijd vrij maken voor zaken waarvoor hij echt is opgeleid. In Wallonië gaat men sneller naar specialisten. Dat is duurder. Voor mij zou het zeer logisch zijn als de gezondheidszorg gesplitst zou zijn, en alles wordt bekeken op deelstaatniveau.

Zou daar politiek een basis voor zijn?

De andere partijen pleiten daar eigenlijk niet voor. Die spreken heel vaak over refederalisering. Ik ben voor volledig gescheiden budgetten, omdat je dan veel meer eigen accenten op deelstaatniveau kunt leggen. Ik noem het voorbeeld van de HPV-vaccinatie. Wallonië en Vlaanderen zijn zelf financieel verantwoordelijk voor de vaccinaties. In Wallonië is de vaccinatiegraad veel lager. Ze betalen dus veel minder aan vaccinaties op deelstaatniveau, maar hebben veel meer baarmoederhalskanker en veel meer uitstrijkjes, dat budgettair federaal terechtkomt. Aan het einde van de rit kost dat veel meer. Wallonië zou daarvoor geresponsabiliseerd moeten worden. Ze doen hun werk niet en federaal moet het dan opgelost worden.

Mondhygiënisten gaan uiteraard ook veel meer aan preventie doen. Moet dat binnen het bestaande budget gebeuren of moet de politiek zich engageren om het budget te verhogen?

Als je echt volle bak inzet op preventie moet je daar de vruchten van kunnen plukken. Mensen die jaarlijks voor controle naar de tandarts gaan, kosten aan het einde van de rit minder. Preventie zorgt op langere termijn voor enorme besparingen. Probleem hierbij is ook weer de versnippering. Minister De Block zegt dat het haar taak niet is, maar die van de deelstaten. Maar de deelstaten zeggen geen budgetten te hebben en schuiven de verantwoordelijkheid naar federaal. Iedereen wijst naar iedereen. Bij preventie moet je verder kijken dan je neus lang is. Dat vraagt inderdaad een investering. Zolang het landschap zo versnipperd is, is dat niet haalbaar. Ik zou graag de lagere sociaal-economische groepen ook verder willen helpen, want arm betekent ook een slechter gebit. Ik wil aan de Centra voor Leerlingen Begeleiding (CLB’s) tandartsen toevoegen en stimuleren dat schoolgaande jeugd regelmatig wordt gezien door de tandarts.

Ziet u nog andere manieren om mensen te motivereren meer naar de tandarts te gaan?

Daar zijn diverse maatregelen voor te bedenken. Dat kun je ook financieel belonen. Door het Mondzorgtraject in te voeren, blijkt bijvoorbeeld dat er meer mensen jaarlijks naar de tandarts gaan. Met goede preventie kun je heel veel besparen. Diverse OESO-rapporten ondersteunen dat. Het is niet zomaar uit de lucht gegrepen.

Kan uw partij veranderingen in gang zetten?

Bij stukjes en brokjes wel. Om regeringsdeelname mogelijk te maken, hebben we moeten beloven geen grote hervormingen op tafel te leggen. Daar zouden we namelijk tweederde meerderheid voor nodig hebben. We hadden de keuze aan de zijlijn te gaan of mee te doen. Ik spit alle dossiers communautair uit om te blijven wijzen op de grote verschillen tussen de deelstaten en om aan te geven dat een organisatie van de gezondheidszorg op deelstaatniveau echt wel nodig en aan de orde is.

“ Preventie is op langere

termijn enorm besparend”

Tandzorg wordt meer mondzorg, er wordt meer gekeken richting de algemene gezondheid. Wat moet de rol van de tandarts daarin zijn?

Het hokjesdenken blijft altijd bestaan. Dat kun je niet zomaar opheffen. We zijn bijvoorbeeld niet voor bloedafname door tandartsen. Ze zijn opgeleid voor mondzorg, ik denk dat ze daarin werk genoeg hebben. Daar kan zeker niks bij, integendeel. Pas als de mondzorg honderd procent inzet op preventie, dan vind ik dat je ook kunt gaan nadenken wat er nog bij kan komen. Maar ik vind dat je niet moet veranderen als je kerntaak nog niet vervuld is.

Ligt daar ook een verantwoordelijkheid van de beroepsgroep zelf?

Van de politiek vooral. We moeten een beleid maken dat interessant is om in te zetten op preventie, maar dat het ook mogelijk maakt, bijvoorbeeld door het te verlonen. Daarom hebben we in het regeerakkoord ook laten opnemen dat er een herijking zou moeten komen van de nomenclatuur van alle beroepsgroepen en een hervorming van de wet op de uitoefening van de gezondheidsberoepen en de verloning. Ik kan niet anders dan vaststellen dat er heel weinig van die hervormingen terecht is gekomen. Ik ben ook voorstander om een analyse te maken van de kostprijs en op basis daarvan te bekijken wat passende vergoedingen zijn, zoals de beroepsgroepen hebben voorgesteld.

Wat is uw visie op de taken van denturisten?

Voor ons is het niet aan de orde dat er zo’n beroepsgroep komt. Dat lijkt me niet bijzonder bevorderlijk voor de kwaliteit, zoals studies en de praktijk ook uitwijzen.

Hoe kijkt u aan tegen het feit dat er meer en meer private verzekeringen komen in de mondzorg?

De basisverzekering zou voldoende behandelingen moeten omvatten. Daar kun je nu vragen bij stellen. Als er technieken zijn die meer kosten maar wel duurzaam zijn op langere termijn, vind ik dat je die in de basisverzekering kunt opnemen. Je moet ook rekening houden met de kosten van nazorg die er achteraf nog kunnen bijkomen.

Hoe scoort u het beleid van de minister?

Onvoldoende. Ik had er wel meer van verwacht, omdat ze zelf ook huisarts is en al veel parlementaire ervaring had. Op allerlei terreinen is er niet veel gebeurd, terwijl zoals ik zei, dat wel in het regeerakkoord stond. Jammer, want aan het begin van de rit was de sector klaar voor hervormingen. Als er draagvlak is, doe er dan ook iets mee. Ook de budgetten zijn weer ontspoord, hoe kan dat eigenlijk? Nu zal er ook niet veel meer gebeuren, omdat er over een klein jaar federale verkiezingen zijn. Er is net te weinig gedaan om het beleid efficiënter te maken en er waren te weinig hervormingen. Ik vind dat we 1. te weinig beleid baseren op kennis, 2. Steeds aanlopen tegen communautaire cultuurverschillen en 3. Te veel versnippering hebben in beleid en budgetten.

Hoe kijkt u aan tegen de tandzorg in woonzorgcentra?

Ik vind de problemen daar schrijnend. Ik snap niet dat niet ieder woonzorgcentrum verplicht wordt om een coördinerend tandarts te hebben. Die hoeft niet fysiek constant aanwezig te zijn, maar moet wel in overleg met de centra de mondzorg regelen. Daar moeten dan natuurlijk ook budgetten voor worden vrijgemaakt.

Wat vindt u ervan dat investeringsgroepen zich inkopen in praktijkvoering en ketens opstarten met vooral als doel winst te behalen?

Dat hangt samen met die ongebreidelde instroom uit het buitenland. Politiek kunnen we ketens niet tegenhouden. Als ze mondzorg tegen een hoge kwaliteit kunnen aanbieden, is het geen probleem. We moeten dus wel zorgen voor kwaliteitsbewaking. Bijvoorbeeld dus met een taaltoets.

Wat vindt u van het conventioneringssysteem?

Ik denk dat de enige reden dat tandartsen massaal deconventioneren te wijten is aan de ontoereikende financiering. Financiering moet plaatsvinden op basis van de werkelijke uren en werkelijk gemaakte kosten. Momenteel zijn de kosten voor sommige behandelingen hoger dan de verloning. Een degelijke kostprijsanalyse is dus zinvol. Als we correct vergoeden, mogen we natuurlijk wel aan de sector vragen dat men zich verder ook aan de voorgestelde honoraria houdt. Ik vind het op zich een heel goed systeem, maar de overheid doet er voor de tandartsen veel te weinig mee. Het systeem moet herijkt worden. Vervolgens moeten we dan zorgen dat een groter percentage van de beroepsgroep mee gaat doen, zodat mensen duidelijker weten wat ze gaan moeten betalen en ook minder moeten betalen uit eigen zak.

Heeft de N-VA de ambitie om volksgezondheid naar zich toe te trekken na de volgende verkiezing?

Dat zijn zaken die mijn partij in een onderhandeling over een regeringsvorming zal moeten beslissen, maar wij hebben in elk geval een zeer duidelijke visie over waar we naartoe moeten met onze gezondheidszorg.

En zou u dan minister willen worden?

Ik doe mijn werk als parlementslid met hart en ziel. De toekomst brengt wat de toekomst zal brengen. Maar ik zou inzetten op preventie aan het begin van de rit, ten tweede op een correcte verloning voor wat er gebeurt en vooral voor wat kwaliteit oplevert in preventie en ten derde samen met de beroepsgroepen gaan kijken wat duurzame keuzes zijn.