De inwerkingtreding van het verlengakkoord 2019: koehandel?


  • VBT respecteert de keuze van de individuele tandartsen, zowel voor zij die toegetreden zijn als zij die niet toegetreden zijn tot de conventie. 
  • VBT gebruikt dit akkoord niet om zich te verrijken op de rug van tandartsen. We hebben geen akkoord afgesloten met als achterliggend doel geld uit het project mondhygiënisten op te strijken !
  • VBT blijft wijzen op de werkelijke tekortkomingen (nomenclatuur, budget, …) en wijst niet met de vinger naar de collega’s of tandarts-specialisten. 
  • VBT wenst snel duidelijkheid voor alle collega’s. 
  • VBT is een Vlaamse beroepsvereniging. We hebben alle begrip voor de Waalse collega’s. We kregen evenwel ons mandaat van de Vlaamse tandartsen en dienen dan ook hun belangen te behartigen. 
  • VBT ijvert voor betaalbare mondzorg en een grote toegankelijkheid voor alle doelgroepen, maar tevens voor een correcte verloning. 

Zoals u wellicht weet, heeft nationaal 40.35% van de tandartsen geweigerd tot het verlengakkoord 2019 toe te treden. In sommige arrondissementen lag het weigeringspercentage boven de 50%. 
De wet schrijft voor dat in het geval het nationale weigeringspercentage  boven 40% uitstijgt, het akkoord nergens in voege kan treden. Basisregel en absolute voorwaarde voor het inwerking treden van het akkoord is dat er niet meer dan 40% weigeringen tot toetreding worden geteld, globaal berekend voor het Rijk. Met 40.35% zitten we dus boven deze grens. 

Op voorwaarde dat aan hogervermelde basisregel  wordt voldaan binnen afzienbare tijd, kan de Nationale Commissie vervolgens beslissen dat in bepaalde streken (administratieve arrondissementen) waar er niet meer dan  50% weigeringen zijn, het akkoord van toepassing wordt met retroactieve kracht (en met behoud sociaal statuut en andere voordelen verbonden aan toetreding tot het akkoord). 

Noot : Voor alle duidelijkheid : 40,35% weigeringen is een zeer positieve inschatting. Men bekijkt nog steeds het totaal aantal tandartsen (=tandartsen die ooit een RIZIV nummer kregen) en niet de actieve tandartsen (=tandartsen met een RIZIV-profiel die minstens 1 nomenclatuurnummer per jaar uitschrijven). Het aantal actieve tandartsen ligt rond de 7800, het totaal aantal tandartsen bedraagt 10.000. De 4000 weigeringen moeten dus gedeeld worden door 7800 in plaats van 10000. Dus het percentage weigeringen ligt veel hoger dan 40,35% !

a. Alles voor de Walen. 

De drie overige beroepsverenigingen (VVT, CSD en SMD) hebben onderling en zonder medeweten van VBT een verklaring opgemaakt waarin ze vragen dat het akkoord toch onmiddellijk in voege treedt in alle arrondissementen waar er minder dan 50% weigeringen zijn. (dus niet in Antwerpen, Mechelen, Sint-Niklaas, Turnhout en Roeselare).  Vooral de Franstaligen willen hun achterban zo gunstig stemmen en het schrale sociale statuut van 2800 euro aanbieden. Het aantal weigeringen in Wallonië is altijd al merkelijk lager geweest dan in Vlaanderen, het sociale statuut wordt er nog als heilig aanzien. 

Deze maatregel benadeelt de Vlaamse tandartsen die gedeeltelijk of geheel zijn toegetreden in de arrondissementen die boven de 50% uitstijgen. (in Antwerpen, Mechelen, Sint-Niklaas, Turnhout en Roeselare). 

VBT eist gelijkheid voor iedereen. Jammer genoeg blijkt uit het initiatief van de overige beroepsverenigingen dat de belangen van de Vlaamse tandarts niet moeten behartigd worden. 

b. Het is de schuld van de tandarts-specialisten… 

Het hoge weigeringspercentage is te wijten aan de tandarts-specialisten. Dat is althans wat het VVT naar voren bracht in de Nationale Commissie Tandheelkundigen-Ziekenfondsen (NCTZ): "De steeds maar toenemende deconventioneringsgraad is ontstaan door de komst van de tandarts-specialisten . Ze brengen daardoor de algemeen tandartsen in de problemen. Deze laatste dreigen hun sociaal statuut te verliezen. Ze moeten daarom uit de cijfers worden gehaald. "

VBT is als enige partij opgekomen voor de belangen van de tandarts-specialisten. Het tandheelkundig budget dat wordt voorbehouden voor de tandarts-specialisten is ontoereikend en is een belangrijke reden voor deconventionering. Bovendien is er in dit akkoord geen enkele maatregel weerhouden die tegemoet komt aan de wensen van de tandarts-specialisten. Het is dan ook niet meer dan normaal dat men als tandarts-specialist niet toetreedt tot dit akkoord. Nationaal gaat het om een paar honderd collega’s. Peanuts als het op percenten aankomt. 

De belangrijkste reden voor veel algemeen tandartsen om niet toe te treden, heeft te maken met de povere budgetten, de verouderde nomenclatuur, …. VBT gaat dit hoge % weigeringen niet gemakkelijkheidhalve afschuiven op collega’s die zich binnen hun discipline niet meer vinden in dit verlengakkoord (parodontologen, orthodontisten, endodontologen, kindertandartsen, …) zoals sommigen nu proberen te doen. 

c. Geen tijd te verliezen.

 Er dient snel duidelijkheid te komen over de toekomst van dit verlengakkoord. VBT heeft dan ook voorgesteld om de wettelijke procedure te volgen en in mei een herevaluatie te doen van de toetredingen. Momenteel hebben 4 tandartsen hun weigering ingetrokken. Indien nog 31 collega’s hetzelfde doen, kan het akkoord overal in voege treden. 

De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de beroepsvereniging die claimt 80% van de tandartsen te vertegenwoordigen en met zoveel trots aankondigde een verlengakkoord te hebben afgesloten. Want met 5 stemmen in de Nationale Commissie Tandheelkundigen-Ziekenfondsen konden zij solitair deze beslissing nemen. Jammer genoeg is hun akkoord niet gedragen door de basis en slaagt men er niet in 31 zieltjes tot andere gedachten te brengen. 

VBT bracht dit voorstel ter stemming, maar kreeg de wind van voren vanop de tandartsenbank. Het hoeft u niet te verbazen welke partij unaniem tegen stemde….

Blijkbaar vond men het nodig om de toestand te rekken en een niet haalbaar voorstel te lanceren. Men zou het Verzekeringscomité vragen toch een uitzondering te voorzien op de wet art.51, §3 (wetende dat dit bij voorbaat zal geweigerd worden omdat de wet dwingend is). Dat voorstel heeft VBT niet ondersteund en ook de verzekeringsinstellingen  zagen het nut er niet van in. 
Kortom, een patstelling, mede dankzij de koppige houding van sommige beroepsverenigingen. 

d. Geen akkoord, geen project mondhygiënisten. 

Het verlengakkoord werd gewillig onderschreven omdat een onderdeel ervan het project mondhygiënisten is. We weten ondertussen dat een welbepaalde beroepsvereniging dit project naar zich toegetrokken heeft en belangrijke fondsen wenst te verwerven die beschikbaar zijn binnen dit project. 

Maar zonder akkoord komt er ook geen project mondhygiënisten. Ze zullen dus wel aan de slag kunnen, maar zonder terugbetaling voor de reinigingen binnen het project. We moeten hierbij vertellen dat als het project toch zou starten, het aantal terugbetalingen van prestaties verricht door de mondhygiënist ( enkel voorzien voor tandsteenverwijdering ) bijzonder laag werd gehouden. 

Dit kwam natuurlijk hard aan voor de beroepsvereniging die zich al voorbereid had op extra inkomsten gedurende 5 jaar. Er moeten en zullen dus 31 tandartsen gevonden worden die hun weigering zullen intrekken om die extra inkomsten veilig te stellen. Om ze te vinden, zal gedreigd worden met het verlies van de accrediteringspremie en/of opgelegde tarieven. Die truc uit de oude doos werkt nog altijd…. 
De keuze en belangen van de tandartsen staan dus niet centraal, maar wel de financiële vetpot. 

Diezelfde beroepsvereniging probeerde nog met een verhaal over “betaalbare tandzorg, grote toegankelijkheid en aandacht voor de specifieke doelgroepen en kwetsbare ouderen” de wolfsvacht te verbergen, maar een goede herder doorziet dit spel. 

VBT blijft achter het project mondhygiënisten staan en eist dat het budget ten volle wordt gebruikt voor de integratie en studie van de mondhygiënisten, zonder dat beroepsverenigingen zich verrijken binnen dit project.