Nieuw model van voorschrift vanaf 01-11-2019

Momenteel is een (papieren of elektronisch) voorschrift onbeperkt geldig voor uitvoering, maar niet voor terugbetaling. Dat onderscheid verdwijnt. Zonder bijkomende vermeldingen van de arts zal een voorschrift vanaf 1 november 2019 nog precies 3 maanden geldig zijn na de voorschrijfdatum, zowel voor uitvoerbaarheid als terugbetaling. Die periode van 3 maanden geldt voortaan van dag op dag. Een voorschrift dat op 10 november 2019 wordt aangemaakt blijft dus geldig tot en met 9 februari 2020, en dus niet meer tot het einde van de maand februari.

De voorschrijver kan een kortere of langere termijn bepalen, maar de einddatum van uitvoerbaarheid mag nooit langer zijn dan 1 jaar na de voorschrijfdatum. Een arts kan de geldigheidsduur met andere woorden verlengen tot maximaal een jaar. En vooral, die “vervaldatum” komt op het voorschrift, zodat het ook voor de patiënt heel duidelijk is wanneer het voorschrift niet meer geldig is.

De nieuwe regeling geldt overigens zowel voor terugbetaalde als niet-terugbetaalde geneesmiddelen.

Nieuw model van voorschrift

De harmonisering van de geldigheidsduur gaat gepaard met de invoering van een nieuw model van voorschrift, dat vanaf 1 november 2019 gebruikt kan worden. De ‘oude’ modellen van voorschrift blijven nog bruikbaar tot 31 januari 2020. Voorschriften die na die datum worden aangemaakt volgens het oude model zullen niet meer geldig zijn en mogen dus ook niet meer uitgevoerd worden. Er is een korte overgangsperiode van 3 maanden voorzien, maar vanaf 1 februari 2020 mag er echt niet meer voorgeschreven worden op oude modellen.

===============================
Meer info:

Wat is de termijn om een geneesmiddel af te leveren en terug te betalen? Verandering vanaf 1 november 2019

Momenteel kan een apotheker een voorgeschreven geneesmiddel onbeperkt in de tijd afleveren. De ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) betaalt het geneesmiddel echter maar terug tot het einde van de 3e maand die volgt op de voorschrijfdatum. Een kleine hoofdbreker, zowel voor de voorschrijvers als voor de apotheker en de patiënt.

Dat onderscheid is verdwenen op 1 november 2019: de termijn waarbinnen de apotheker een geneesmiddel mag afleveren aan de patiënt en de termijn waarbinnen dat geneesmiddel vergoedbaar is, worden op elkaar afgestemd en eenvoudiger. De termijn zal standaard 3 maanden bedragen vanaf de dag waarop de voorschrijver het voorschrift heeft opgesteld.

Welke voorschriften zijn betrokken?

De nieuwe geldigheidsduur zal van toepassing zijn:

  • op farmaceutische producten, dat wil zeggen: geneesmiddelen, magistrale bereidingen, en medische voeding en medische hulpmiddelen afgeleverd in apotheken 
  • als een arts, een tandarts of een vroedvrouw ze heeft voorgeschreven aan een niet-gehospitaliseerde patiënt (in de ambulante zorg): in de spreekkamer van de voorschrijver, op huisbezoek bij een patiënt, in een rusthuis of tijdens eens raadpleging in het ziekenhuis (zonder hospitalisatie)
  • ongeacht of het voorschrift op papier of elektronisch is opgesteld
  • ongeacht of de ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) het geneesmiddel al dan niet vergoedt.

De therapeutische logica van een voorschrift versterken: een kwestie van gezond verstand

Een precieze duur om een optimale zorgkwaliteit te garanderen

Een voorgeschreven geneesmiddel onbeperkt in de tijd kunnen krijgen, zou problemen kunnen geven naar zorgkwaliteit toe. Iedere patiënt is immers uniek en de voorschrijver maakt een keuze voor het voorschrift op basis van de gezondheidstoestand van zijn patiënt op een specifiek moment.

Door de aflevering van een geneesmiddel te beperken in de tijd, wil de nieuwe regelgeving dichter bij de realiteit. Deze nieuwe regelgeving is zowel van toepassing op elektronische voorschriften als op papieren voorschriften. Ze beperkt echter niet de toegang tot zorg of tot terugbetaling.

Vanaf 1 november 2019 zal de patiënt 3 maanden tijd hebben om zijn geneesmiddel te gaan afhalen in de apotheek, behalve wanneer de voorschrijver dat anders heeft vermeld. Als de geldigheidstermijn van het voorschrift verlopen is, zal de apotheker het niet meer kunnen afleveren.

Voorbeeld:
Als een tandarts een geneesmiddel voorschrijft op 10 november 2019 zonder een bijkomende vermelding, dan zal de apotheker het aan de patiënt kunnen afleveren tot en met 9 februari 2020 (en niet meer tot aan het einde van de maand februari 2020). En de ziekteverzekering zal dat geneesmiddel tot en met 9 februari 2020 vergoeden.

Garantie op de therapeutische vrijheid

Met het oog op de volksgezondheid, zal de voorschrijver zijn volledige vrijheid behouden om voor te schrijven. Als hij het noodzakelijk acht, wegens de specifieke situatie van een patiënt, zal hij steeds een kortere of een langere geldigheidsduur dan de ‘standaard’ voorziene 3 maanden kunnen bepalen.

Voorbeelden:

  • In het geval van een antibioticum dat de patiënt onmiddellijk zal moeten innemen, heeft een geldigheidsduur van 3 maanden geen zin. De arts kan de geldigheid van zijn voorschrift dus beperken tot 1 of 2 weken.
  • Voor een patiënt die daarentegen lijdt aan een chronische ziekte, kan de arts het misschien nuttig vinden om een langere geldigheidsduur te bepalen om de continuïteit van de zorg te garanderen. Hij kan dan verschillende voorschriften opstellen met een langere geldigheidsduur, zonder dat hij zijn hoofd hoeft te breken over de data van uitgestelde aflevering. Het is ook gemakkelijker voor de patiënt, die meerdere voorschriften zal hebben die allemaal voor een lange periode geldig zijn en die niet langer op zoek zal moeten gaan naar het voorschrift dat op dat moment de ‘geschikte’ datum voor uitgestelde aflevering bevat. Gevolg: minder problemen aan de balie van de apotheker.

De voorschrijver zal die precisering kunnen aangeven op het voorschrift, in het vakje ‘Einddatum van de uitvoerbaarheid’ (niet in het centrale gedeelte van het voorschrift!).

Voor elektronische voorschriften zal die mogelijkheid er na de overgangsperiode zijn, dus uiterlijk op 1 juni 2020, zodat de leveranciers de tijd krijgen om hun software aan te passen. Tijdens de overgangsperiode geldt de ‘standaardgeldigheidsperiode’ van 3 maanden.

De geldigheidsduur die de voorschrijver bepaalt, zal in geen enkel geval meer dan 1 jaar kunnen bedragen, te tellen vanaf de datum waarop hij het voorschrift heeft opgesteld. Ook in dat geval moet de einddatum van de geldigheid, zoals bepaald door de voorschrijver, expliciet op het papieren voorschrift of op het bewijs van elektronisch voorschrift vermeld staan.

Aflevering en terugbetaling: dezelfde logica

Als de voorschrijver meent dat een langere of kortere geldigheidsduur dan de 3 ‘standaardmaanden’ nodig is, dan zal diezelfde periode van toepassing zijn voor de terugbetaling van het geneesmiddel.

Met het oog op de volksgezondheid zal de nieuwe regel van toepassing zijn, ongeacht of de ziekteverzekering de geneesmiddelen vergoedt of niet.

Voorbeelden:

Enkele concrete scenario's om de geldigheidsperiode van een voorschrift te illustreren in functie van de aanwijzingen van de voorschrijver.

Meer eenvoud en transparantie voor iedereen

Vanaf 1 november zal de geldigheidsduur van een voorschrift standaard 3 maanden bedragen, te tellen vanaf de datum waarop de voorschrijver het voorschrift heeft opgesteld. Als de voorschrijver een andere geldigheidsduur bepaalt dan de 3 ‘standaardmaanden’, dan zal de einddatum van de geldigheid voortaan expliciet aangeduid zijn op het bewijs van elektronisch voorschrift of op het papieren voorschrift. Het zal dus makkelijker zijn om te zien tot welke datum een geneesmiddel af te leveren en terug te betalen is.

De voorschrijver zal dus niet meer gebruik moeten maken van eventuele ‘datum van uitgestelde aflevering’.

De apotheker zal de einddatum van geldigheid die overeenkomt met ‘het einde van de 3e maand die volgt op de datum van het voorschrift’, soms in combinatie met een ‘datum van uitgestelde aflevering’, niet meer zelf moeten ‘berekenen’ om te weten of hij al dan niet de derdebetalersregeling moet toepassen (en dus de terugbetaling door de verzekering aftrekken van de prijs die hij aan de patiënt vraagt). Dat zal een heleboel discussies vermijden aan de balie van de apotheek.

Het is ook een transparant systeem voor de patiënt: als het een elektronisch voorschrift is, dan zal de einddatum van de geldigheid ook duidelijk vermeld staan op het bewijs van elektronisch voorschrift, dat hij van zijn voorschrijver krijgt en aan de apotheker overhandigt.

Een nieuw model als bewijs van elektronisch voorschrift en een nieuw model van papieren voorschrift, te gebruiken vanaf 1 november 2019

De harmonisatie van de geldigheidsduur vraagt natuurlijk ook een aanpassing van het model van elektronisch voorschrift en het model van papieren voorschrift.

Overgangsperiodes

Er is een overgangsperiode om voorschrijvers en apothekers de kans te geven zich aan te passen, en om zo elke negatieve impact op te patiënt te vermijden.

De overgangsperiode voor papieren voorschriften loopt van 1 november 2019 tot 31 januari 2020. Vanaf 1 februari 2020 zal het oude model van het papieren voorschrift niet meer geldig zijn en de voorschrijvers zullen de nieuwe modellen moeten gebruiken.

De overgangsperiode voor elektronische voorschriften loopt van 1 november 2019 tot 31 mei 2020 ten laatste. De softwarepakketten van de voorschrijvers en de apothekers (inclusief de PARIS-toepassing) worden aangepast, zodat de voorschrijvers een geldigheidsduur kunnen bepalen die afwijkt van de 3 voorziene ‘standaardmaanden’. De softwareleveranciers zullen hun systemen zo snel mogelijk aanpassen en deze functionaliteit zal in mei 2020 werkzaam zijn.

Hoe lang bedraagt de geldigheidsduur van een ‘papieren’ voorschrift op een oud model, of van een elektronisch voorschrift, tijdens de overgangsperiode?

Vanaf 1 november 2019 tot het einde van de respectievelijke overgangsperiodes bedraagt de geldigheidsduur van de ‘papieren’ voorschriften, opgesteld op het oude model en die van de elektronische voorschriften, 3 maanden.

Concrete voorbeelden van de geldigheidsduur van een ‘papieren’ of een elektronisch voorschrift tijdens de respectieve overgangsperiodes.

Wat zal er gebeuren met een voorschrift dat opgesteld is vóór 1 november 2019?

Vanaf 1 november zal de apotheker een geneesmiddel dat voorgeschreven is vóór die datum kunnen afleveren tot en met 31 januari 2020, tenzij de voorschrijver een datum van uitgestelde aflevering bepaald had op het voorschrift.
Als de voorschrijver een datum van uitgestelde aflevering bepaald had tijdens het opstellen van het voorschrift, dan zal de apotheker het voorgeschreven geneesmiddel nog kunnen afleveren gedurende een periode van 3 maanden na de door de voorschrijver bepaalde datum van uitgestelde aflevering.

De ziekteverzekering zal een geneesmiddel dat voorgeschreven werd vóór 1 november terugbetalen tot 31 januari 2020. In de betreffende gevallen zal er terugbetaling zijn tot het einde van de 3e maand die volgt op de datum van uitgestelde aflevering vermeld onder ‘uitvoerbaar vanaf’, behalve wanneer de periode van terugbetaling langer is dan de geldigheidsduur voor de uitvoering. In dat laatste geval zal de periode van terugbetaling beperkt zijn tot het einde van de administratieve geldigheid van het voorschrift.

Concrete voorbeelden van de geldigheidsduur van een voorschrift opgesteld vóór 1 november 2019.

Hoe ziet het nieuwe model er uit?

Het nieuwe model van het papieren voorschrift is nog niet beschikbaar. 
Nieuwsgierig? Hier krijgt u alvast een idee van het nieuwe model van het papieren voorschrift.

Een reden te meer om over te schakelen naar het elektronisch voorschrift

De veranderingen maken deel uit van een groter traject om het voorschrift op progressieve wijze te ‘dematerialiseren’, waarvan het elektronisch voorschrift 1 van de belangrijkste stappen is.

De nieuwe geldigheid van de geneesmiddelenvoorschriften zal bepaalde aspecten van de overgang naar het elektronisch voorschrift vergemakkelijken. Het systeem Recip-e, dat de uitvoering van de elektronische voorschriften toelaat, zal de geldigheid van de elektronische voorschriften beheren door de inhoud van de voorschriften die niet meer geldig zijn te schrappen (voor de elektronische voorschriften opgesteld na 1 november 2019). De apotheker zal dus de garantie hebben dat de voorschriften, opgesteld door een voorschrijver vanaf 1 november 2019, die hij kan opladen geldig uitvoerbaar zijn. Dat zal er ook voor zorgen dat de Recip-e server de 15 % voorschriften kan opruimen die de patiënten nooit ophalen.

Een reden te meer om over te schakelen naar het elektronisch voorschrift, wat op 1 januari 2020 verplicht zal zijn. Voor de uitzonderlijke situaties waarbij het papieren voorschrift toegelaten zal blijven, zal de voorschrijver het nieuwe model van papieren voorschrift moeten gebruiken.


 

Download documenten :